Auteur van deze pagina: Alisa Meijvogel, Rabia Mahboeb en Robin Verwijmeren
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Hindoestaans/Sarnami verschilt in veel opzichten van het Nederlands. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de taalproductie op het gebied van de fonologie, morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis (TOS) te duiden.
Fonologie Uitspraak Een belangrijk verschil tussen het Sarnami en het Nederlands is het gebruik van korte en lange klanken en het gebruik van klemtoon. Het Sarnami kent net als het Nederlands klemtonen, maar de afwisseling van korte en lange klanken is van groter belang in betekenisonderscheiding dan de sterke wisseling tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Een spreker van het Sarnami kan elke lettergreep extra benadrukken om een bepaald gewenst effect te bereiken. Fouten die hierdoor kunnen worden gemaakt zijn het verkeerd uitspreken van korte en lange klanken en het plaatsen van de klemtoon op de verkeerde lettergreep.
Morfologie Verbuigingen en vervoegingen Het Sarnami heeft een rijke morfologie en kent net als het Nederlands verbuigingen. Een verschil hierin is dat in het Sarnami het persoonlijk voornaamwoord in de zin kan worden weggelaten, omdat de features voor persoon, getal en tijd zijn af te leiden uit het vervoegde werkwoord (pro-drop). Als gevolg van transfer kunnen sprekers het persoonlijk naamwoord in het Nederlands weglaten in de zin.
Zelfstandig naamwoorden hebben een korte en een lange vorm. De korte vorm is de stam van het woord. Bij de lange vorm wordt de stam van het woord uitgebreid met een uitgang (suffix). De uitbreiding naar de lange vorm brengt een klankverandering mee van de voorgaande klinker (van lang naar kort)
In het Sarnami wordt geen onderscheid gemaakt in de 3e persoon enkelvoud, zoals in het Nederlands wel het geval is methij (mannelijk),zij (vrouwelijk) enhet (onzijdig). In het Sarnami gebruikt men hiervoor woorden die de afstand of richting van de spreker tot hetgeen waarover gesproken wordt aangeeft. Daarnaast kunnen ook aanwijzend voornaamwoorden gebruikt worden in plaats van persoonlijk voornaamwoorden. Hierdoor worden aanwijzend voornaamwoorden soms verkeerd en overmatig gebruikt in het Nederlands.
Lidwoorden Bepaalde lidwoorden (zoals de en het) bestaan niet in het Sarnami. Lidwoorden worden aangeduid door middel van verschillende achtervoegsels aan het zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord.
Voorzetsels Voorzetsels worden In het Sarnami achter het woord geplaatst, in plaats van voor het woord (in het Nederlands)
Geslacht Geslacht speelt in het Sarnami weinig tot geen rol. Echter wordt wel verschil gemaakt in geslacht door middel van verschillende suffixen aan het zelfstandig naamwoord.
Syntaxis Het Sarnami heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. De basis is een SOV (Onderwerp-bijwoordelijke bepaling/ lijdend voorwerp-werkwoord) volgorde.
Pragmatiek In de Hindoestaanse cultuur zijn orde, discipline en respect belangrijke kenmerken van de hindoeïstische leefwijze. Kinderen mogen een eigen mening hebben, maar moeten respect tonen naar ouders, ouderen en meerderen (zoals leerkrachten). Het Sarnami heeft een beleefde vorm in de 2de persoon (net als in het Nederlands).
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands.
Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Sarnami.
Fonologie
Heeft het kind moeite met de juiste productie van de Nederlandse korte en lange klanken in de juiste context zoals [a]-[a:], [o]-[o:]?
Legt het kind de klemtoon vaak op de verkeerde lettergreep?
Morfologie
Laat het kind persoonlijk voornaamwoorden weg in het Nederlands?
Plaatst het kind achter alle/sommige (voor-)naamwoorden een uitgang of een niet nader te specificeren klank?
Laat het kind lidwoorden weg in het Nederlands?
Laat het kind voorzetsels weg of zet hij of zij deze achter het zelfstandig naamwoord?
Gebruikt het kind een aanwijzend voornaamwoord verkeerd en/of overmatig? (vaak in plaats van een persoonlijk voornaamwoord)
Syntaxis
Heeft het kind moeite met de woordvolgorde in het Nederlands
Pragmatiek
Heeft het kind moeite om op een correcte 'beleefde' directe wijze te communiceren?
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Sarnami. Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
Heeft het kind in het Sarnami moeite met het produceren van bepaalde klanken, terwijl dat niet meer verwacht wordt op zijn of haar leeftijd?
Morfologie
Heeft het kind problemen met het vervoegen van (hulp-)werkwoorden in het Sarnami?
Heeft het kind problemen met het vervoegen van naamwoorden en voornaamwoorden in het Sarnami?
Syntaxis
Het Sarnami heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. Als een kind meer en langduriger fouten maakt in het Sarnami met het vervoegingen dan (tweetalige) leeftijdsgenoten, geeft dit waarschijnlijk meer informatie dan de gebruikte woordvolgorde.
Pragmatiek
Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?
1. Algemene informatie over het Hindoestaans
Met Hindoestaans wordt de taal bedoeld die in Suriname en Nederland wordt gesproken door Surinamers van Hindoestaanse afkomst. Andere benamingen voor Hindoestaans zijn Sarnami Hindustani, Sarnami Hindi of afgekort het Sarnami. De naam Sarnami is afgeleid van het woord Sarnam, wat 'Surinaamse taal' of 'Surinaams' betekent. In Suriname is het Sarnami één van de gesproken talen. De overige talen zijn o.a. het Nederlands, Sranangtongo, Javaans, Indiaans en Chinees.
Het begrip Sarnami Hindustani hierboven is anders dan het begrip Hindustani dat in India wordt gebruikt. In Noord-India wordt het begrip Hindustani gebruikt voor de omgangstaal die op het Hindi en Urdu gebaseerd is.
Het Hindoestaans in Suriname is een Indo-Europese taal die hoofdzakelijk gebaseerd is op het Bjojpuri en voor een klein deel op het Avadhi. Deze talen worden gesproken in het oostelijk deel van Uttar Pradesh wat in het noordoosten van India ligt. Het Hindoestaans dat in het district Nickerie van Suriname wordt gesproken heeft meer invloeden van het Avadhi dan in de andere delen van Suriname. Daar zijn de invloeden van het Bjopuri groter. Dit is in de Hindoestaanse taal onder andere te merken bij verschillen in het vervoegen van werkwoorden en aanvullingen.
Schriftsoorten
Het Hindoestaans kan in elke schriftsoort geschreven worden. Toch wordt als voorkeur het Romaanse of Latijnse schrift gebruikt, omdat sprekers van het Hindoestaans hier het bekendst mee zijn. Daarnaast bestaat er ook een traditie om het Hindoestaans in het Dervanagari-schrift (lettergrepen-schrift) te schrijven. Dit schrift kan de klanken van het Hindoestaans beter weergeven. Het Romaanse schrift heeft onvoldoende lettertekens om alle klanken weer te geven. Daarom wordt er veel gebruik gemaakt van de diacritische tekens (puntjes en streepjes bij de letters).
2. Specifieke informatie over het Hindoestaans
Fonologie Klemtoon
Het Sarnami kent net als het Nederlands klemtonen, maar de afwisseling van korte en lange klanken is van groter belang dan de sterke wisseling tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. De spreker kan elke lettergreep extra benadrukken om een bepaald gewenst effect te bereiken.
Voor- en achtervoegsels
Voor- en achtervoegsels zorgen voor klankveranderingen. Bijv.:
Ham āj bajārhi (bajarve) gailī hai. Ik ben vandaag slechts naar de markt gegaan.
Ham āj bajārhu (bajāro) gailī hai, (of: bajār bhī) Ik ben vandaag ook naar de markt gegaan.
Spraakklanken
Anders dan in het Nederlands bestaat er naast niet-genasaleerde klinkers ook klinkers met een genasaleerde vorm.
Daarnaast bestaan er naast stemloze en stemhebbende medeklinkers paren van niet-geaspireerde en geaspireerde vormen. Bijv.: naast ka, ga, ta, da, pa, ba, enz. bestaan ook medeklinkers die met een ha uitgesproken worden, dus kha, gha, tha, dha, pha, bha, enz.
Vervolgens kent het Sarnami naast de klanken a, e en o (die als lange klanken worden uitgesproken) de korte klanken ă, ĕ en ŏ.
Morfologie Persoonlijk vnw
Indien in een zin het onderwerp bekend is, kunnen de persoonlijk voornaamwoorden worden weggelaten. Aan het vervoegde werkwoord is namelijk de persoon, het getal en de tijd af te leiden.
Daarnaast wordt in het Sarnami geen onderscheid gemaakt in de 3e persoon enkelvoud, zoals in het Nederlands wel het geval is met hij (mannelijk), zij (vrouwelijk) en het (onzijdig). In het Sarnami gebruikt men hiervoor woorden die de afstand of richting van de spreker tot hetgeen waarover gesproken wordt aangeeft. In het enkelvoud gebeurt dit met: ῑ (dit, deze) en u (dat, die). In het meervoud gebruikt men: i sabh en u sabh (die, zij).
Lidwoorden
Bepaalde lidwoorden (de, het) bestaan niet in het Sarnami. In de plaats daarvan krijgen zelfstandig naamwoorden de achtervoegsels: -vᾱ, -iyᾱ en -aunᾱ. Bijvoeglijk naamwoorden krijgen de achtervoegsels: -kᾱ, -kavᾱ en -kanᾱ. Voor zelfstandig naamwoorden is het dus niet nodig het geslacht te kennen, omdat er één neutrale vervoeging bestaat.
Voorzetsels
Voorzetsels worden In het Sarnami achter het woord geplaatst en kan dus beter achterzetsel worden genoemd.
Zelfstandig naamwoorden
Zelfstandig naamwoorden hebben een korte en een lange vorm. De korte vorm is de stam van het woord (betῑ = een dochter). Bij de lange vorm wordt de stam van het woord uitgebreid met de uitgangen –vᾱ, iyᾱ of –yᾱ en in sommige gevallen met –aunᾱ (bitiyᾱ = de dochter). De uitbreiding naar de lange vorm brengt een klankverandering mee van de voorgaande klinker (van lang naar kort, ῑ - i). De vᾱ en iyᾱ uitgangen komen het meest voor in tegenstelling tot de aunᾱ uitgang.
Ondanks het geslacht in het Sarnami weinig tot geen rol speelt, wordt de uitgang -vᾱ doorgaans aan mannelijke woorden toegevoegd en de uitgang iyᾱ aan vrouwelijke woorden. De uitgang aunᾱ wordt over het algemeen op kleine schaal bij mannelijke woorden gebruikt. In het district Nickerie (Suriname) wordt het ook voor vrouwelijke woorden gebruikt.
Er zijn verschillende redenen om de korte of de lange vorm van een woord te gebruiken.
Zo wordt de korte vorm gebruikt om een onbepaalde vorm weer te geven. In het Nederlands zouden we dit aangeven met het lidwoord ‘een’ of de meervoudsvorm van dat woord. De lange vorm geeft een bepaaldheid aan (de, het).
Daarnaast wordt de -iyᾱ uitgang soms gebruikt om een verkleinwoord weer te geven. (dibbᾱ – dibiyᾱ = doos – doosje).
Vervolgens kunnen de uitgangen –va en -iyᾱ net als de uitgangen -ᾱ, -au en -ῡ bij mannelijke personen verschillende uitdrukkingen geven zoals, genegenheid (-iyᾱ), lichte spot (-iyᾱ, -au, -ῡ), minachting (-iyau,- vᾱ) en afkeer (-au, -ῡ).
De uitgang iyᾱ kan bij vrouwelijke personen nuance verschillen van fijnheid, intimiteit en genegenheid weergeven.
Werkwoorden
Net als het Nederlands ook vervoegingen. Verschil tussen Nickerie en rest van Suriname in vervoegen.
Syntaxis
Zinsbouw Nederlands SVO
Woordvolgorde
Als basis heeft het Sarnami een SOV (Onderwerp-bijwoordelijke bepaling/ lijdend voorwerp-werkwoord) volgorde in een zin. Daarnaast kent het Sarnami meer variatiemogelijkheden in de woordvolgorde dan het Nederlands. De variaties in volgorde en de accentverleggingen zorgen voor verschillende betekenisnuances.
Pragmatiek
In de Hindoestaanse cultuur zijn orde, discipline en respect belangrijke kenmerken van de hindoeïstische leefwijze. Kinderen mogen een eigen mening hebben, maar moeten respect tonen naar ouders, ouderen en meerderen (zoals leerkrachten). Het Sarnami heeft een beleefde vorm in de 2de persoon (net als in het Nederlands)
3. Verwervingsvolgorde in het Hindoestaans
.
Helaas is er geen informatie voorhanden over de wervingsvolgorde van bepaalde elementen in het Sarnami, dus verwijzen we de lezer naar het algemene schema.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Hindoestaans
Er is nog geen onderzoek gepubliceerd over specifieke taalstoornissen in het Sarnami.
5. Literatuurverwijzingen
Barz, R.K., & Siegel, J. (eds) (1988). Language transplanted. The development of overseas Hindi. Wiesbaden - Harrassowitz.
Buchstaller, I., Holmberg, A. & Almoaily, M. (eds) (2014). Pidgins and Creoles beyond Africa-Europe Encounters. John Benjamins B.V., Amsterdam.
Charry, E., Koefoed, G. & Muysken, P. (1983). De talen van Suriname. Dick Coutinho Muidenberg.
Marhé, R.M. Sarnami Byᾱkaran, Een elementaire grammatica van het Sarnami.
Marhé, R.M. Sarnami, erfenis van de kantrakti’s in verdrukking.
Hindoestaans/Sarnami
Auteur van deze pagina: Alisa Meijvogel, Rabia Mahboeb en Robin Verwijmeren0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Hindoestaans/Sarnami verschilt in veel opzichten van het Nederlands. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de taalproductie op het gebied van de fonologie, morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis (TOS) te duiden.Fonologie
Uitspraak
Een belangrijk verschil tussen het Sarnami en het Nederlands is het gebruik van korte en lange klanken en het gebruik van klemtoon. Het Sarnami kent net als het Nederlands klemtonen, maar de afwisseling van korte en lange klanken is van groter belang in betekenisonderscheiding dan de sterke wisseling tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Een spreker van het Sarnami kan elke lettergreep extra benadrukken om een bepaald gewenst effect te bereiken. Fouten die hierdoor kunnen worden gemaakt zijn het verkeerd uitspreken van korte en lange klanken en het plaatsen van de klemtoon op de verkeerde lettergreep.
Morfologie
Verbuigingen en vervoegingen
Het Sarnami heeft een rijke morfologie en kent net als het Nederlands verbuigingen. Een verschil hierin is dat in het Sarnami het persoonlijk voornaamwoord in de zin kan worden weggelaten, omdat de features voor persoon, getal en tijd zijn af te leiden uit het vervoegde werkwoord (pro-drop). Als gevolg van transfer kunnen sprekers het persoonlijk naamwoord in het Nederlands weglaten in de zin.
Zelfstandig naamwoorden hebben een korte en een lange vorm. De korte vorm is de stam van het woord. Bij de lange vorm wordt de stam van het woord uitgebreid met een uitgang (suffix). De uitbreiding naar de lange vorm brengt een klankverandering mee van de voorgaande klinker (van lang naar kort)
In het Sarnami wordt geen onderscheid gemaakt in de 3e persoon enkelvoud, zoals in het Nederlands wel het geval is met hij (mannelijk), zij (vrouwelijk) en het (onzijdig). In het Sarnami gebruikt men hiervoor woorden die de afstand of richting van de spreker tot hetgeen waarover gesproken wordt aangeeft. Daarnaast kunnen ook aanwijzend voornaamwoorden gebruikt worden in plaats van persoonlijk voornaamwoorden. Hierdoor worden aanwijzend voornaamwoorden soms verkeerd en overmatig gebruikt in het Nederlands.
Lidwoorden
Bepaalde lidwoorden (zoals de en het) bestaan niet in het Sarnami. Lidwoorden worden aangeduid door middel van verschillende achtervoegsels aan het zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord.
Voorzetsels
Voorzetsels worden In het Sarnami achter het woord geplaatst, in plaats van voor het woord (in het Nederlands)
Geslacht
Geslacht speelt in het Sarnami weinig tot geen rol. Echter wordt wel verschil gemaakt in geslacht door middel van verschillende suffixen aan het zelfstandig naamwoord.
Syntaxis
Het Sarnami heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands. De basis is een SOV (Onderwerp-bijwoordelijke bepaling/ lijdend voorwerp-werkwoord) volgorde.
Pragmatiek
In de Hindoestaanse cultuur zijn orde, discipline en respect belangrijke kenmerken van de hindoeïstische leefwijze. Kinderen mogen een eigen mening hebben, maar moeten respect tonen naar ouders, ouderen en meerderen (zoals leerkrachten). Het Sarnami heeft een beleefde vorm in de 2de persoon (net als in het Nederlands).
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands.
Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Sarnami.
Fonologie
- Heeft het kind moeite met de juiste productie van de Nederlandse korte en lange klanken in de juiste context zoals [a]-[a:], [o]-[o:]?
- Legt het kind de klemtoon vaak op de verkeerde lettergreep?
MorfologieSyntaxis
Pragmatiek
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis (TOS).Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Sarnami.
Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
Morfologie
Syntaxis
Pragmatiek
1. Algemene informatie over het Hindoestaans
Met Hindoestaans wordt de taal bedoeld die in Suriname en Nederland wordt gesproken door Surinamers van Hindoestaanse afkomst. Andere benamingen voor Hindoestaans zijn Sarnami Hindustani, Sarnami Hindi of afgekort het Sarnami. De naam Sarnami is afgeleid van het woord Sarnam, wat 'Surinaamse taal' of 'Surinaams' betekent. In Suriname is het Sarnami één van de gesproken talen. De overige talen zijn o.a. het Nederlands, Sranangtongo, Javaans, Indiaans en Chinees.
Het begrip Sarnami Hindustani hierboven is anders dan het begrip Hindustani dat in India wordt gebruikt. In Noord-India wordt het begrip Hindustani gebruikt voor de omgangstaal die op het Hindi en Urdu gebaseerd is.
Het Hindoestaans in Suriname is een Indo-Europese taal die hoofdzakelijk gebaseerd is op het Bjojpuri en voor een klein deel op het Avadhi. Deze talen worden gesproken in het oostelijk deel van Uttar Pradesh wat in het noordoosten van India ligt. Het Hindoestaans dat in het district Nickerie van Suriname wordt gesproken heeft meer invloeden van het Avadhi dan in de andere delen van Suriname. Daar zijn de invloeden van het Bjopuri groter. Dit is in de Hindoestaanse taal onder andere te merken bij verschillen in het vervoegen van werkwoorden en aanvullingen.
Schriftsoorten
Het Hindoestaans kan in elke schriftsoort geschreven worden. Toch wordt als voorkeur het Romaanse of Latijnse schrift gebruikt, omdat sprekers van het Hindoestaans hier het bekendst mee zijn. Daarnaast bestaat er ook een traditie om het Hindoestaans in het Dervanagari-schrift (lettergrepen-schrift) te schrijven. Dit schrift kan de klanken van het Hindoestaans beter weergeven. Het Romaanse schrift heeft onvoldoende lettertekens om alle klanken weer te geven. Daarom wordt er veel gebruik gemaakt van de diacritische tekens (puntjes en streepjes bij de letters).
2. Specifieke informatie over het Hindoestaans
Fonologie
Klemtoon
Het Sarnami kent net als het Nederlands klemtonen, maar de afwisseling van korte en lange klanken is van groter belang dan de sterke wisseling tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. De spreker kan elke lettergreep extra benadrukken om een bepaald gewenst effect te bereiken.
Voor- en achtervoegsels
Voor- en achtervoegsels zorgen voor klankveranderingen. Bijv.:
Ham āj bajārhi (bajarve) gailī hai. Ik ben vandaag slechts naar de markt gegaan.
Ham āj bajārhu (bajāro) gailī hai, (of: bajār bhī) Ik ben vandaag ook naar de markt gegaan.
Spraakklanken
Anders dan in het Nederlands bestaat er naast niet-genasaleerde klinkers ook klinkers met een genasaleerde vorm.
Daarnaast bestaan er naast stemloze en stemhebbende medeklinkers paren van niet-geaspireerde en geaspireerde vormen. Bijv.: naast ka, ga, ta, da, pa, ba, enz. bestaan ook medeklinkers die met een ha uitgesproken worden, dus kha, gha, tha, dha, pha, bha, enz.
Vervolgens kent het Sarnami naast de klanken a, e en o (die als lange klanken worden uitgesproken) de korte klanken ă, ĕ en ŏ.
Morfologie
Persoonlijk vnw
Indien in een zin het onderwerp bekend is, kunnen de persoonlijk voornaamwoorden worden weggelaten. Aan het vervoegde werkwoord is namelijk de persoon, het getal en de tijd af te leiden.
Daarnaast wordt in het Sarnami geen onderscheid gemaakt in de 3e persoon enkelvoud, zoals in het Nederlands wel het geval is met hij (mannelijk), zij (vrouwelijk) en het (onzijdig). In het Sarnami gebruikt men hiervoor woorden die de afstand of richting van de spreker tot hetgeen waarover gesproken wordt aangeeft. In het enkelvoud gebeurt dit met: ῑ (dit, deze) en u (dat, die). In het meervoud gebruikt men: i sabh en u sabh (die, zij).
Lidwoorden
Bepaalde lidwoorden (de, het) bestaan niet in het Sarnami. In de plaats daarvan krijgen zelfstandig naamwoorden de achtervoegsels: -vᾱ, -iyᾱ en -aunᾱ. Bijvoeglijk naamwoorden krijgen de achtervoegsels: -kᾱ, -kavᾱ en -kanᾱ. Voor zelfstandig naamwoorden is het dus niet nodig het geslacht te kennen, omdat er één neutrale vervoeging bestaat.
Voorzetsels
Voorzetsels worden In het Sarnami achter het woord geplaatst en kan dus beter achterzetsel worden genoemd.
Zelfstandig naamwoorden
Zelfstandig naamwoorden hebben een korte en een lange vorm. De korte vorm is de stam van het woord (betῑ = een dochter). Bij de lange vorm wordt de stam van het woord uitgebreid met de uitgangen –vᾱ, iyᾱ of –yᾱ en in sommige gevallen met –aunᾱ (bitiyᾱ = de dochter). De uitbreiding naar de lange vorm brengt een klankverandering mee van de voorgaande klinker (van lang naar kort, ῑ - i). De vᾱ en iyᾱ uitgangen komen het meest voor in tegenstelling tot de aunᾱ uitgang.
Ondanks het geslacht in het Sarnami weinig tot geen rol speelt, wordt de uitgang -vᾱ doorgaans aan mannelijke woorden toegevoegd en de uitgang iyᾱ aan vrouwelijke woorden. De uitgang aunᾱ wordt over het algemeen op kleine schaal bij mannelijke woorden gebruikt. In het district Nickerie (Suriname) wordt het ook voor vrouwelijke woorden gebruikt.
Er zijn verschillende redenen om de korte of de lange vorm van een woord te gebruiken.
Zo wordt de korte vorm gebruikt om een onbepaalde vorm weer te geven. In het Nederlands zouden we dit aangeven met het lidwoord ‘een’ of de meervoudsvorm van dat woord. De lange vorm geeft een bepaaldheid aan (de, het).
Daarnaast wordt de -iyᾱ uitgang soms gebruikt om een verkleinwoord weer te geven. (dibbᾱ – dibiyᾱ = doos – doosje).
Vervolgens kunnen de uitgangen –va en -iyᾱ net als de uitgangen -ᾱ, -au en -ῡ bij mannelijke personen verschillende uitdrukkingen geven zoals, genegenheid (-iyᾱ), lichte spot (-iyᾱ, -au, -ῡ), minachting (-iyau,- vᾱ) en afkeer (-au, -ῡ).
De uitgang iyᾱ kan bij vrouwelijke personen nuance verschillen van fijnheid, intimiteit en genegenheid weergeven.
Werkwoorden
Net als het Nederlands ook vervoegingen. Verschil tussen Nickerie en rest van Suriname in vervoegen.
Syntaxis
Zinsbouw Nederlands SVO
Woordvolgorde
Als basis heeft het Sarnami een SOV (Onderwerp-bijwoordelijke bepaling/ lijdend voorwerp-werkwoord) volgorde in een zin. Daarnaast kent het Sarnami meer variatiemogelijkheden in de woordvolgorde dan het Nederlands. De variaties in volgorde en de accentverleggingen zorgen voor verschillende betekenisnuances.
Pragmatiek
In de Hindoestaanse cultuur zijn orde, discipline en respect belangrijke kenmerken van de hindoeïstische leefwijze. Kinderen mogen een eigen mening hebben, maar moeten respect tonen naar ouders, ouderen en meerderen (zoals leerkrachten). Het Sarnami heeft een beleefde vorm in de 2de persoon (net als in het Nederlands)
3. Verwervingsvolgorde in het Hindoestaans
.Helaas is er geen informatie voorhanden over de wervingsvolgorde van bepaalde elementen in het Sarnami, dus verwijzen we de lezer naar het algemene schema.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Hindoestaans
Er is nog geen onderzoek gepubliceerd over specifieke taalstoornissen in het Sarnami.
5. Literatuurverwijzingen